Een meta-analyse bij 21.941 patiënten met borstkanker en 864.177 controlepersonen (dat wil zeggen vrouwen die geen borstkanker hebben ontwikkeld) werd uitgevoerd[12]. In totaal hebben 11 studies de associatie tussen borstvoeding en het risico op het ontwikkelen van borstkanker geëvalueerd afhankelijk van het subtype van de tumor.
Hormoonafhankelijke kankers
Sommige borstkankers zijn gevoelig voor natuurlijke vrouwelijke hormonen: oestrogenen en progesteron. De cellen van borstkanker bezitten op het oppervlak van het celmembraan receptoren die specifieke hormonen kunnen "opvangen"[13].
Er wordt onderscheid gemaakt tussen tumoren met:
- Oestrogeenreceptor positief (ER+). De cellen van dit type borstkanker bezitten receptoren waarmee ze het hormoon oestrogeen kunnen gebruiken om te groeien.
- Progesteronreceptor positief (PR+). Dit type borstkanker is gevoelig voor progesteron, en de cellen bezitten receptoren waarmee ze dit hormoon kunnen gebruiken om te groeien.
- Positieve hormoonstatus (HR+). De hormoonstatus wordt positief genoemd als de cel een of beide receptoren (ER/PR) bezit.
- Negatieve hormoonstatus (HR-). De hormoonstatus wordt negatief genoemd wanneer er geen hormonale receptoren worden aangetoond. Deze patiënten komen niet in aanmerking voor een "anti-hormonale" behandeling.
In een meta-analyse bij vrouwen met een HR+ tumorstatus werd een vermindering van 23%, (dus significant) van het risico op het ontwikkelen van een subtype van borstkanker werd vastgesteld bij patiënten die hadden gevoed[14].
Een andere meta-analyse van 10 studies stelde vast dat elke bevalling het risico op HR+-kanker (met ER+ en PR+) met 11% verminderde[15].
HER2-kanker
Bij alle borstkankers wordt de expressie van het HER2-oncogen beoordeeld. Bij 15 tot 20% van de borstkankers is er een amplificatie van het HER2-oncogen aanwezig, wat de tumorgroei bevordert.
Er is geen correlatie beschreven tussen de aanwezigheid van deze factor en borstvoeding.
Bijzonderheden van triple-negatieve borstkanker
Triple-negatieve borstkankers[16] bezitten geen hormonale receptoren en produceren geen overmatige hoeveelheid HER2-eiwit.
Een meta-analyse uit 2016 rapporteert dat er een vermindering van 21% van het risico op het ontwikkelen van een subtype van triple-negatieve borstkanker bij vrouwen die al eens hadden gevoed[17].
Maar de resultaten van studies naar het effect van borstvoeding op triple-negatieve borstkanker zijn tegenstrijdig. Sommige studies vinden een risicovermindering geassocieerd met borstvoeding, terwijl andere studies geen verband tussen beide vinden. De meeste studies die een verband aantonen, hebben zowel pre- als postmenopauzale vrouwen opgenomen, zonder onderscheid naar menopauzale status, wat de verkregen resultaten kan beïnvloeden[18].
De hypothese dat borstvoeding causaal beschermt tegen triple-negatieve borstkanker is een hypothese die nog niet wordt ondersteund door biologisch bewijs, en het is mogelijk dat borstvoeding in werkelijkheid geen effect heeft op het ontstaan van triple-negatieve borstkanker[19].